|
De survivalrun is opgebouwd uit een parcours van 5-7 km (mini-run), ongeveer 11 km (halve run) of 17-19 km (hele run) waarin zich verschillende hindernissen bevinden die overwonnen moeten worden. Naast de natuurlijke hindernissen, zoals duikers, doorwadingen etc., worden hindernissen door de parcoursbouwers gebouwd. Deze hindernissen zijn verschillend van lengte, zwaarte en moeilijkheid. Techniek en souplesse zijn dus evenzo bepalend als kracht.
Om je een idee te geven van welke hindernissen je kunt verwachten in een survivalrun hebben we deze pagina samengesteld waarop de meest voorkomende hindernissen vermeld staan. Alle onderstaand genoemde hindernissen kunnen gecombineerd worden (combihindernis) waardoor er meerdere varianten kunnen ontstaan.
Houthakken
 Een boomstam variërend in dikte en zwaarte (afhankelijk van het niveau) doormidden of in meerde stukken hakken. Veelal dienen de stukken over een bepaalde afstand tot aan of na het hakken worden megedragen.
Zagen Een boomstam variërend in dikte en zwaarte (afhankelijk van het niveau) doormidden of in meerde stukken zagen. Het komt voor dat het hout klaar ligt en dat er enkel een plakje hout afgezaagd hoeft te worden.
Apehang
 Een horizontaal touw dat onderlangs, oftewel hangend aan het touw, overbrugd moet worden.
Catcrawl
 Een horizontaal touw dat bovenlangs, oftewel liggend op het touw, overbrugd moet worden. Veelal wordt deze houding gebruikt om uit te rusten tijdens een apehang en kost in verhouding met de apehang meer kracht en tijd.
Bandenswing Overbrugging via banden die aan dunne verticale touwen hangen zonder de grond aan te raken.
Swingover (touw)
 Een verticaal touw aan een horizontaal touw, waar overheen geklommen moet worden.
Swingover (balk)
 Idem als swingover touw alleen nu over een boomstam of balk.
Swingover (uit het water)
 Idem als swingover touw alleen nu vanuit het water.
Indianenbrug
 Bij de indianenbrug zijn er twee touwen boven elkaar horizontaal gespannen. Het onderste touw is de loopbrug voor de voeten, terwijl het bovenste touw als leuning voor de handen dient. De hindernis wordt zo zijwaarts overbrugd.
Komeinibrug
 Idem als indianenbrug alleen nu hangen korte touwtjes aan het bovenste touw. Het bovenste touw mag niet aangeraakt woren.
Net (verticaal)
 Verticaal gespannen net waar overheen moet worden geklommen.
Net (verticaal uit water)
 Idem als verticaal net alleen nu vanuit het water.
Diagonaal net
 Diagonaal net waar (meestal) onderlangs moet worden geklommen. Dit is de zwaarste variant op de nethindernissen.
Abseilen
 Bij deze hindernis wordt gebruik gemaakt van een afdaaltechniek langs een enkel of dubbelvoudig touw. De deelnemer wordt beveiligd door: a.zijn harnas (broekje) waarin hij of zij wordt vastgesnoerd (door de begeleiders), b. door de acht die door het touw loopt en zorgt voor de remming, en c. door een beveiliger die op de grond staat en de deelnemer in de gaten houdt en beveiligt. Deze kan de deelnemer afremmen en doen stoppen indien dat nodig is.
Balkenklim
 Horizontaal onder elkaar hangende balken aan dunne touwen waar overheen geklommen moet worden.
Boogschieten
 Boogschieten met 2 of drie pijlen (er zijn meestal links- en rechthandige bogen beschikbaar). Bij een misser volgt (meestal) een strafronde of andere extra opdracht.
Buksschieten Buksschieten met een luchtdrukwapen. Kleine doelen die geraakt moeten worden. Bij een misser volgt meestal een strafronde of andere opdracht/hindernis.
Brugklim
 Klim tegen een brug op omhoog via een net of touw vanuit het water.
Slootloop
 Doorwading door een sloot waarbij je binnen de linten moet blijven. Lopen langs de kant kan leiden tot diskwalificatie.
Boomstamloop
 Na het kiezen van een boomstam uit de stapel beschikbare boomstammen dient er met de boomstam een bepaalde afstand te woren overbrugd. Veelal wordt er per klassement (heren-dames) onderscheid gemaakt in het gewicht.
Horizondaal net Net horizontaal gespannen boven de grond. kan onderdoor of overheen genomen worden. Soms hangt er boven een net nog een swin-over welke ook genomen dient te worden.
Daknet Een horizontaal gespannen net in de vorm van een dak. Vaak onder "de nok" beginnen en dan om de dakrand heenklimmen, vervolgens eroverheen en via de tweede dakrand weer naar de nok.
Stokjes Vertikale korte stokjes opgehangen aan touwtjes of vast aan een horizontaal touw of balk.
Triangels Meestal van ijzer. Opgehangen aan touwtjes of vast aan een horizontaal touw of balk.
Ringen Van hout of ijzer. Opgehangen aan touwtjes of vast aan een horizontaal touw of balk.
Postman-walk Een oversteek waarbij het ondertouw redelijk strak gespannen kan zijn, maar waarvan het boventouw "te lang" is. Men zal de "lustechniek" moeten toepassen om het boventouw strak te houden. Er zijn ook variaties in het boventouw te verzinnen.
Enteren Enkel aan de armen een oversteek maken via een horizontaal gespannen touw of paal.
Kajakken, kanoën of canadees Afstand afleggen per kayak (per persoon), kano of canadees (koppels/groepen). Zwemvest.
Heb je zelf een foto van een op deze pagina ontbrekende hindernis (of ontbrekende foto) stuur dan een reactie op deze pagina en stuur je foto per e-mail (formaat j-peg, breedte max 640 pixels, resolutie 72 dpi) naar www@survivalbond.nl. Als je geen foto hebt, omschrijf je hindernis dan in je reactie.
Bronvermelding: Delen van de tekst zijn gebruikt uit "De survivalsport" van auteur Joop Korver |